Top 20 op het BK sprint

Het Belgisch Kampioenschap is in elke sport een wedstrijd die met een rode stip wordt aangeduid en waarbij het stressgehalte hoger ligt. Na mijn onverwachte 19e plaats op het BK in Vilvoorde vorig jaar, is de ambitie om dit jaar opnieuw in de top 20 te eindigen. Dit jaar vormt Sint-Laureins het decor van het BK sprinttrialton.

Om 16u30 klinkt het startschot voor 750 meter zwemmen in de Boerekreek, 20 kilometer fietsen met twee maal de kasseien van de Casteleynstraat en ruim 5 kilometer lopen. Ik ben goed weg, maar ik word plots ondergeduwd. Ik sta even recht op de ondiepe bodem, verlies enkele plaatsen en zwem verder. Nooit krijg ik de ruimte om mijn ding te doen. Aan de eerste boei komt alles nog eens op elkaar en krijg ik water binnen. Het BK is altijd een wasmachine. Na het keerpunt zoek ik ruimte op aan de zijkant en kan zo toch even in mijn ritme komen.

10 atleten komen het water uit onder de 9 minuten. Daarna volgen er maar liefst 20 atleten op een tijdspanne van 30 seconden. Ik zit daarbij als 29e. De wissel is dus cruciaal.

Ik wissel goed en ik maak op de fiets net de aansluiting met de groep voor mij. Dit blijkt de derde groep te zijn na de kopgroep van 3 en een achtervolgende groep van 7. In het begin draai ik goed mee tot we de aansluiting maken bij de groep van 7. Daarna probeer ik mij zo veel mogelijk uit de wind te zetten, maar na de bochten is het toch stevig optrekken. Er wordt in snokken gereden en dat ligt mij niet. Ook aan mijn bochtentechniek is nog werk. Ik voel dat ik niet heel fris zit voor het lopen. En ik zie grote namen rond mij zitten.

Na een mindere wissel, krijg ik meteen bevestiging van mijn gevoel. Ik kan niet het tempo ontwikkelen dat ik normaal zou moeten kunnen. Is het de warmte? Heb ik dan toch te veel gegeven op de fiets? Of is dit gewoon mijn plaats? Ik verlies gelukkig niet al te veel ruimte en kan nog enkele atleten bijhalen. Bij het opdraaien van de tweede ronde val ik lompweg over een mat, zonder al te veel ergs. Maar ik verlies mijn ritme. Ik voel ondertussen de hete adem van de snelste lopers van de eerste fietsgroep achter ons. Ik kan gelukkig mijn tempo vasthouden en haal net de 20e plaats binnen.

Ik ben tevreden met de uitslag, maar het lopen kan beter. Ik ben uiteindelijk de 20e loper van de eerste 26 atleten die van de fiets komen. Een gemiddeld tempo van 3:35/km is na de vele sub 3:25/km wedstrijden ondermaats en dit kost mij meerdere plaatsen. De combinatie zwemmen en fietsen geeft mij wel bevestiging. Het seizoen is nog lang.

Volgende week staat het volgende doel voor de deur, de kwarttriatlon van Hamme.

20190601_SintLaureins

BVV